GLK-8: restwarmte en warmte van derden

Het gebruik van restwarmte in de glastuinbouw levert over het algemeen een positieve bijdrage aan energiebesparing, omdat dit leidt tot een lager gebruik van fossiele brandstoffen waardoor een lagere uitstoot van broeikasgassen wordt gerealiseerd.

Binnen de criteria van Groen Label Kas is de definitie van restwarmte in de laatste versie (GLK8) aangescherpt ten opzichte van GLK7. Tot dan toe werd een (cluster van) WKK(s) buiten het glastuinbouwbedrijf aanzienlijk beter gewaardeerd dan een vergelijkbare installatie erbinnen.

Uitsluitingen
Bij GLK8 gaat het om restwarmte die van búiten het bedrijf komt met uitsluiting van warmte die ten behoeve van de verwarming van tuinbouwkassen is opgewekt. Dit is het geval bij bijvoorbeeld een facilitair bedrijf of een samenwerkingsverband met als doel een groep van tuinbouwbedrijven te verwarmen. Uitgesloten als restwarmte is óók de warmte van ketelinstallaties van derden. Bij restwarmte gaat het bijvoorbeeld om afvalwarmte van industriële processen en elektriciteitscentrales. Inmiddels is naast de elektriciteitscentrales ROCA en Amercentrale, ook de kunstmestfabrikant Yara door het College van Deskundigen Groen Label Kas erkend als restwarmteleverancier voor een nog te realiseren glastuinbouwproject bij Terneuzen.

Waardering Energiecertificaat
In het Energiecertificaat, de berekeningsmodule waarmee de energiehuishouding voor een Groen Label Kas wordt doorgerekend, wordt restwarmte gewaardeerd met een standaardfactor 0,87. Deze factor is gebaseerd op de landelijke uitgangspunten voor de berekening van energiegebruik in kassen. Daarbij wordt deze besparing in het Energiecertificaat doorgerekend als ware het duurzame energie. Dit betekent dat er geen drempel is opgenomen en dat elke procent besparing wordt meegerekend.

Onderzoek verbeterde energiebesparing
Het College van Deskundigen onderzoekt nog of een verbeterde energiebesparing bij de levering van restwarmte ten opzichte van de landelijke standaardfactor van 0,87 kan worden toegekend met een specifieke factor per project. Dit moet dan worden onderbouwd door een energiedoorrekening van het betreffende project op basis van het Energiecertificaat. De vastgestelde factor kan door de tuinder die de warmte ontvangt worden meegerekend in zijn Groen Label Kas certificaat. Het onderzoek vindt plaats in afstemming met het betrokken bedrijfsleven.

 
search Zoeken:
picture
 
© Disclaimer