Bestrijding van de eikenprocessierups

De criteria van de Barometer Duurzaam Terreinbeheer geven aan dat het niet is toegestaan om onkruidbestrijdingsmiddelen in het groen te gebruiken, behalve in het geval van ‘kweek’ (een moeilijk te bestrijden grassoort), de bestrijding van de reuzenberenklauw en van de eikenprocessierups. Maar ook dan zijn er stringente voorwaarden van toepassing. 
 
Sinds 1987 vormt de eikenprocessierups (Thaumetopoea processionea Linnaeus) een jaarlijks terugkerend probleem in een steeds groter deel van Nederland. Van mei tot in juli gaat de eikenprocessierups op eikenbomen in processieachtige colonnes op zoek naar nieuwe eikenbladeren; vandaar de naam. In deze periode verspreidt de rups brandhaartjes die bij mensen ernstige irritaties kunnen geven. Ook eikenbomen kunnen schade oplopen door vraat door de rups. Aanvankelijk speelde de overlast door de rupsen zich alleen af in de provincies Noord-Brabant en Limburg. De plaag lijkt echter steeds meer een landelijk karakter te krijgen. Op de kaart is te zien in welke (rode en gele) gebieden in Nederland de eikenprocessierups in 2007 voorkwam. Voor 2008 wordt een verdere uitbreiding van het leefgebied van de eikenprocessierups verwacht.

Bestrijdingsmogelijkheden
Het meest optimale resultaat van bestrijding is wanneer dit in een jong stadium van de rupsen plaatsvindt, wanneer er nog geen overlast is door de brandhaartjes. De Barometer Duurzaam Terreinbeheer geeft aan dat bestrijding met biologische middelen op basis van de bacterie Bacillus thuringiensis mogelijk is. In de huidige criteria is het onkruidbestrijdingsmiddel Dimilin (diflubenzuron) nog toegelaten. Bij toepassing van biologische of chemische onkruidbestrijdingsmiddelen gelden stringente voorwaarden (zie kader). Bij toekomstige herziening van de criteria verwacht SMK dat Dimilin niet langer in de lijst van toegestane middelen wordt opgenomen.

Biologisch bestrijden: uitleg werking
Het bestrijdingsmiddel op basis van de bacterie Bacillus thuringiensis wordt in de bomen ‘verstoven’. De stof hecht zich vervolgens aan de bladeren. Jonge rupsen eten van het blad en krijgen het middel dan binnen. Het verteringsmechanisme van de dieren wordt door het middel aangetast waardoor ze stoppen met eten en na enkele dagen sterven. Het bestrijdingsmiddel heeft geen nadelige gevolgen voor andere insecten; het werkt alleen bij bladetende rupsen. Ook voor de mens, het milieu en dieren die de aangetaste rupsen eten, is het niet schadelijk.

 

 
search Zoeken:
picture
 
© Disclaimer