Toelichting criteria ammoniak MDV-Melkvee

Uit het grote aantal vragen dat is gesteld na de publicatie van MDV-Melkvee in maart 2008 blijkt wel dat er veel animo is voor de Maatlat binnen de melkveesector. Over de criteria voor ammoniak zijn tot nu toe veel vragen gesteld. In deze uitgave van SMK-Nieuws besteden we daarom graag aandacht aan dit specifieke onderwerp.

Perspectiefvolle ammoniakreducerende maatregelen
In de MDV-criteria wordt voor ammoniak in principe aangesloten bij de stalsystemen op de Rav-lijst*. De Rav-stallen voor melkvee worden in de praktijk niet veel gebouwd omdat er - met name vanwege gladde vloeren- op het gebied van dierenwelzijn negatieve ervaringen mee zijn opgedaan. De overheid wilde de melkveesector meer mogelijkheden bieden te voldoen aan criteria voor een duurzame stal in het kader van de MDV. In de criteria voor ammoniakreductie zijn daarom speciaal voor de MDV-Melkvee zogenaamde ‘perspectiefvolle ammoniakreducerende maatregelen’ uitgewerkt door de onderzoekers van Animal Science Group. Een randvoorwaarde om perspectiefvolle ammoniakreducerende maatregelen in MDV te kunnen certificeren is dat deze maatregelen worden toegepast bij een stal volgens ‘overige huisvestingssystemen met weidegang’ (Rav-nr 1.6.1). De stal moet daarnaast uitgaan van drijfmesttoepassing. Deze perspectiefvolle maatregelen worden overigens als een tijdelijke oplossing gezien. SMK verwacht dat er vanuit de sector initiatief wordt genomen om emissiebeperkende stallen te ontwikkelen die ook ten aanzien van het aspect dierenwelzijn beter voldoen. Nadat een dergelijke stal de proefstalstatus succesvol heeft doorlopen kan deze vervolgens op de Rav-lijst worden opgenomen. Dergelijke stalsystemen kunnen dan ook bij permanent opstallen worden toegepast.

Proefstallen
Sinds april 2008 is een RAV-stal wettelijk verplicht voor stallen waarin melkvee permanent wordt opgestald. De laatste maanden zijn diverse stalconcepten bij de overheid voorgelegd voor een proefstalstatus. De perspectiefvolle emissiebeperkende maatregelen uit de MDV-criteria worden daarbij in bepaalde gevallen als uitgangspunt genomen. De nieuwe stalsystemen kunnen na een succesvol meettraject (proefstalstatus) op de RAV-lijst worden opgenomen. Voor deze  proefstallen is er op de MIA/Vamil-lijst een aparte code opgenomen. Als ondernemers kiezen om het proefstaltraject te volgen dan is een MDVcertificaat niet relevant, omdat men met een proefstalstatus toch al in aanmerking komt voor de MIA- en Vamilregeling. Verder voldoet een melkveestal met een proefstatus ook aan wetgeving indien permanent wordt opgestald. Omdat proefstallen nog moeten worden bemeten wordt door de overheid steeds slechts een beperkt aantal stallen van een bepaald type onder de proefstalstatus toegestaan.

Meer info:
De website van SMK biedt een overzicht van gestelde vragen en antwoorden onder ‘Maatlat Duurzame veehouderij’ in de vorm van een lijst met ‘Aanvullende besluiten’.


Meer info:
Voor informatie over proefstallen zie:
www.senternovem.nl/rav

ACNV
Één van de perspectiefvolle ammoniakemissiebeperkende maatregel uitgelicht.

ACNV (Automatically Controlled Naturally Ventilated), ofwel een lagere luchtsnelheid door een remmend ventilatiesysteem, zorgt voor een gereduceerde ammoniakemissie van de stal. Door remming van de stallucht bij hoge windsnelheden kan dit worden bereikt. Beide zijgevels worden voorzien van een automatisch gestuurd gordijn. Gekoppeld aan een weerstation speelt het systeem in op de omgevingsfactoren (wind en temperatuur). Bij een hoge windsnelheid wordt het gordijn automatisch verder gesloten en daarmee wordt de ammoniakemissie in de stal verlaagd. Een van de eisen van ACNV is de open nok. Door ventilatie via zijgevels naar de open nok toe, zal er minder luchtstroming bij de roosters plaatsvinden en wordt een soort ‘schoorsteeneffect’ gecreëerd. Dit resulteert in een lagere emissie van ammoniak boven de roosters. Bij de uitwerking van de perspectiefvolle maatregel ACNV is uitgegaan van één open nok.

Binnen de melkveesector is er op dit moment veel animo om stallen uit te breiden. Hierbij wordt er dikwijls een nieuwe stal aan de zijkant tegen de oude stal geplaatst, waarbij naast vrije luchtuitwisseling tussen de twee stallen mogelijk ook dwarsventilatie plaatsvindt. Een ontwerp van een aaneenschakeling van stallen met meervoudige nokken is klimaattechnisch risicovol. Deze situatie kan daarom niet voldoen aan het onderdeel ACNV binnen de MDV. Het ACNVsysteem dient te worden uitgevoerd bij een ‘vrijstaande’ stal met één ventilerende nok.

Het College buigt zich de komende tijd over een generieke beschrijving die bij uiteenlopende stalontwerpen uitsluitsel geeft over toepassing van de perspectiefvolle maatregel ‘ACNV’.

 
search Zoeken:
picture
 
© Disclaimer