Veel veehouderijbedrijven zullen de aankomende jaren nog moeten uitbreiden, terwijl de bestemmingsplannen en Provinciale Omgevingsplannen behoorlijk dichtgetimmerd zijn en weinig ruimte bieden voor expansie.

Met de Groningse boer om tafel over ruimtelijke kwaliteit

In de provincie groningen is een tussenweg gevonden: agrariërs met uitbreidingsplannen gaan om tafel met landschapsarchitect Michel Oosterhagen, adviseur bij welstandsorganisatie Libau en Jacqueline de Milliano, directeur bij Landschapsbeheer groningen. “Het gaat om uitbreiding van een experimenteel project, dat ervoor moet zorgen dat ook uitbreidende boerenbedrijven bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van het groningse landschap. we bespreken de plannen en ik wijs de boer daarbij ook op de mogelijkheden ruimtelijke kwaliteit te verbeteren”, zegt Oosterhagen. Vrijblijvend is dit niet: “Uiteindelijk worden de bouw-, beplantings- en beheersplannen vastgelegd in een convenant; gemeentes en boeren zijn verplicht om mee te werken aan de maatwerkbenadering.”

AMilieukeur - Libaugrariërs die ook de ruimtelijke kwaliteit in ogenschouw nemen, kunnen hiervoor punten scoren op de Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV). “Als je het slim speelt, kun je met advies van architecten zonder al te veel moeite vijftig punten halen op het MDV-thema Bedrijf & Omgeving.” weet Oosterhagen. “En dat kan net het extra zetje zijn om op te gaan voor certificatie. Ik zie dat agrariërs voorzichtig richting duurzaamheid en groen kantelen, ook op hun eigen erf. Zeker wanneer er iets tegenover staat, tref je een welwillend oor.

Strenge regels
Uitgangspunt is het beleid van de provincie voor de uitbreiding van boerenbedrijven. Daarbij is een onderscheid gemaakt tussen verschillende gebieden waar respectievelijk een ‘ja-mits’-, een ‘nee, tenzij’- en een ‘nee’beleid geldt. “Die regels zijn gedetailleerd en streng”, vult Oosterhagen aan. “wanneer een agrariër de uitbreiding niet goed regelt is het direct: njet. En dat is ook goed: sommige gemeentes hebben weinig zicht op ontwikkelingen in het buitengebied en de inpassing van bouwplannen in het landschap zijn vaak een sluitpost.” In de gebieden waar agrariërs onder voorwaarden mogen bouwen, worden de gemeentes en boeren verplicht mee te werken aan de maatwerkoplossing. “wij zien iedere bouwaanvraag”, zegt Oosterhagen. “wil je meer dan één tot anderhalve hectare uitbreiden, dan komen wij aan tafel.”

Ruimtelijke kwaliteit en bedrijfsvoering
De keukentafelgesprekken die Oosterhagen samen met de gemeentes met de groningse agrariërs voert gaan niet alleen over de ruimtelijke kwaliteit, maar ook over hoe nieuwe beplanting in de bedrijfsvoering past en daar een positieve impuls aan kan geven. “Een boer denkt in principe in termijnen van vijf à tien jaar als het over zijn bedrijf gaat”, zegt hij. “Terwijl ik bij beplantingvraagstukken juist over een tijdspanne van zo’n dertig jaar denk.” Dat lijken twee verschillende werelden. “Maar wanneer je nadenkt over bedrijfsvoering, kun je elkaar toch vinden”, vervolgt Oosterhagen. “Onlangs was ik bij een boer die een nieuwe paardenbak aan de overkant van de weg wilde. Na overleg zijn we tot de oplossing gekomen om die bak dicht bij het woonhuis te plaatsen, mooi ingepast met een singel van elzen en populieren. Uiteindelijk bleek dit ook voor de boer handiger èn het erf blijft een eenheid.”

Groen heeft een functie
Want groen is niet alleen voor de mooi-igheid. “Wanneer je op de juiste manier aanplant heeft het ook voordelen”, weet Oosterhagen, “Je kunt groen gebruiken voor windbreking of zó aanplanten dat je meer ventilatie door een stal krijgt. wanneer je een singel strategisch plaatst, kan dit in de winter voorkómen dat er een dik pak sneeuw op het dak komt te liggen en je kunt schaduw creëren waar je dat wil. Met die schaduw beïnvloedt je dan weer de staltemperatuur. Een boer zou ook van snoeihout zijn eigen biomassa kunnen produceren.” Oosterhagen probeert dus altijd mee te denken in verbetering in de bedrijfsvoering die gecombineerd kan worden met landschapsaspecten.
De ingrepen hoeven lang niet altijd groot te zijn. Hij geeft een paar voorbeelden: “Met aarden wallen kun je een sleufsilo aan het oog ontrekken, van nieuwe stallen kun je landschappelijke ensembles maken door de aanplant van bomen en struiken en nieuwe populieren bij een verlengde stal met nieuwe voersilo’s zorgen dat een bedrijf ineens heel mooi in het landschap past.”

Milieukeur - Libau

Milieukeur - Libau

 [Publicatie uit magazine SMK-Nieuws 67, december 2011]

 
search Zoeken:
Maatlat Duurzame Veehouderij
 
© Disclaimer